Landsverordening grondbelasting

AB 1990 no. 24 May 4, 2005

ALGEMENE BEPALING
HOOFDSTUK I
Aard. Grondslag. Bedrag.
Artikel 1
Onder de naam grondbelasting wordt naar de grondslag, in deze landsverordening bepaald, een jaarlijkse belasting geheven op de in Aruba gelegen onroerende goederen.
Artikel 2
1. Onbelastbaar zijn:
a. onroerende goederen die eigendom zijn van Aruba, voor zover deze voor openbare diensten bestemd zijn;
b. onroerende goederen die eigendom zijn van de Staat der Nederlanden en uitsluitend gebezigd worden voor de publieke dienst;
c. gebouwen, uitsluitend dienende tot openbare eredienst;
d. begraafplaatsen met aanhorige gebouwen;
e. gebouwen, uitsluitend dienende tot inrichtingen van onderwijs of tot bewaarscholen, voor zover deze gebouwen niet tevens dienen tot kostscholen;
f. gebouwen, uitsluitend dienende tot armenverzorging of tot genezing of verpleging van zieken of gebrekkigen;
g. gebouwen, uitsluitend dienende ten algemene nutte, mits niet tevens gebezigd tot uitspanning, gezellig verkeer of vermaak.
2. De bepalingen in de onderdelen e tot en met g zijn alleen van toepassing, indien de goederen duurzaam tot de voorschreven bestemmingen zijn ingericht en, wat de in de onderdelen e tot en met g bedoelde onroerende goederen betreft, voor zover zij aan Aruba, zedelijke lichamen of stichtingen toebehoren en geen winst wordt beoogd of gemaakt.
3. De vrijstellingen, bij dit artikel bepaald, strekken zich uit tot de ondergrond van de gebouwen en de bijbehorende erven, doch niet tot de gronden, gebouwen of gedeelten van gebouwen, tuinen en erven, die tot woning of gebruik dienen van bestuurders, ambtenaren, onderwijzers, geestelijken en bedienden.
Artikel 3
De belasting heeft tot grondslag de waarde van de onroerende goederen met al wat daaraan aard- of nagelvast is, opgevat en bepaald overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening.
Artikel 4
Bij de bepaling van de belastbare waarde blijven buiten aanmerking:
a. de delfstoffen in de bodem en de door natuurvorming in of boven de grond aanwezige meststoffen;
b. bij fabrieken, bedrijven en werkplaatsen de daartoe behorende werktuigen.
Artikel 5
Als grondslag voor de heffing van de grondbelasting over een bebouwd onroerende goed dat de belastingplichtige tot hoofdverblijf dient, geldt de waarde in het economische verkeer van dat onroerend goed in onbewoonde staat.
Artikel 6
1. Als grondslag voor de heffing van de grondbelasting over andere onroerende goederen als die bedoeld in artikel 5, geldt de jaarlijkse opbrengst van een onroerend goed, vermenigvuldigd met:
) een factor 12 1/2, indien het onroerend goed werd bebouwd vóór 1 maart 1977;
) een factor 8 1/3, indien het onroerend goed werd bebouwd is na 1 maart 1977,
tenzij het daaruit voortvloeiende bedrag lager zou liggen dan de waarde in het economische verkeer van dat onroerend goed in onbewoonde staat, in welk geval de laatstgenoemde waarde als grondslag van de heffing geldt.
2. Indien de percentages, genoemd in artikel 2, zevende lid, van de Huurcommissieverordening (AB 1991 no. GT 10), gewijzigd worden, worden de in het eerste lid genoemde factoren bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, op overeenkomstige wijze gewijzigd.
Artikel 7, 8, 9 en 10
(vervallen)
Artikel 11
1. De belasting bedraagt vier tienden ten honderd van de belastbare waarde.
2. De belasting wordt slechts geheven, voor zover de totale belastbare waarde van alle op grond van deze landsverordening belastbare onroerende goederen waarvan de belastingplichtige het genot heeft krachtens bezit of enig ander zakelijk recht, meer bedraagt dan Afl. 60.000,-.
3. Het bedrag, genoemd in het tweede lid, kan, vóór de aanvang van een nieuw tijdvak als bedoeld in artikel 14, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden aangepast aan de gestegen of gedaalde gemiddelde waarde van onroerend goed.
HOOFDSTUK II
Belasting. Belastingjaar. Aanslag. Betaling.
Artikel 12
1. Belastingplichtig is hij die bij de aanvang van het belastingjaar het genot heeft van de onroerende goederen krachtens het recht van bezit of enig ander zakelijk recht.
2. Wie belastingplichtig is voor de grond, is dat tevens voor al het daarop gebouwde.
Artikel 13
Het belastingjaar begint 1 januari en eindigt 31 december.
Artikel 14
1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
2. De aanslag geschiedt telkens voor een tijdvak van vijf jaren.
Artikel 15 t/m 20
(vervallen)
Artikel 21
*************************
AB 1990 no. 24 *CENTRAAL WETTENREGISTER* May 4, 2005
*************************
===========================================
De aanslagen worden opgenomen in voor elk vijfjarig tijdvak op te maken leggers. Op de leggers wordt aantekening gehouden van alle onroerende goederen, met dien verstande dat ten aanzien van de onroerende goederen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geen aanslag wordt opgenomen; voor deze goederen wordt echter geen volgnummer, belastbare waarde of aanslag opgenomen.
Artikel 22
De leggers behelzen in een doorlopende nummerorde van de artikelen:
a. de aanduiding van elk onroerend goed door vermelding van aard en plaatselijke benaming of straat en nummer;
b. zo nauwkeurig mogelijk de grootte van de landelijke goederen;
c. de naam van de belastingplichtige; zijn er twee of meer, dan wordt van een van hun de naam vermeld onder bijvoeging van de woorden _en anderen_;
d. de geschatte belastbare waarde;
e. het bedrag van de aanslag;
f. de verwijzing naar later geboekte artikelen ten gevolge van wijzigingen krachtens de artikelen 24 en 30.
Artikel 23
1. Met de vaststelling van de aanslagen wordt aangevangen in de maand oktober, aan elk vijfjarig tijdvak voorafgaande.
2. Indien zich tussen de aanvang van de werkzaamheden van de aanslagregeling en de eerste dag van het vijfjarige tijdvak met betrekking tot reeds vastgestelde aanslagen omstandigheden hebben voorgedaan als in artikel 24, eerste lid, onderdelen a tot en met f bedoeld, worden die aanslagen op de voet van artikel 24 opnieuw vastgesteld.
3. Als basis voor de vaststelling van de aanslag wordt gebruik gemaakt van gegevens over de waarde, respectievelijk de opbrengst van het onroerende goed in de laatste drie maanden van het aan het nieuwe tijdvak voorafgaande jaar.
Artikel 24
1. Behoudens bezwaar en beroep ondergaan de leggers in de loop van het vijfjarig tijdperk waarvoor zij zijn vastgesteld, geen wijzigingen, dan die het gevolg zijn van:
a. eigendomsovergang;
2. het geheel of gedeeltelijk belastbaar worden van onbelastbare goederen en omgekeerd;
c. bij op- of aanbouw of gedeeltelijke vernieuwing;
d. gehele of gedeeltelijke afbraak;
e. gehele of gedeeltelijke vernieling door onvoorziene rampen;
f. splitsing en vereniging.
2. Van deze gevallen wordt door de Inspecteur een lijst aangehouden.
3. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de aanslag opnieuw vastgesteld op de voet van de bepalingen van hoofdstuk II; in een geval als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, worden de aanslag en de belastbare waarde opnieuw vastgesteld op de voet van de bepalingen van de hoofdstukken I en II.
4. De wijzigingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met f worden in de leggers aangebracht met ingang van het jaar, volgend op dat waarin de verandering plaatsvond.
Artikel 25
(vervallen)
Artikel 26
1. De belasting is invorderbaar in vier gelijke termijnen, die vervallen op de laatste dag van elk kwartaal, met dien verstande dat een termijn niet invorderbaar is binnen een maand na
dagtekening van het aanslagbiljet.
2. Indien bij de uitreiking van de aanslagbiljetten een of meer termijnen reeds zijn verschenen, zijn deze invorderbaar binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet.
3. Indien wegens hetzelfde onroerend goed twee of meer personen belastingplichtig zijn, zijn zij voor het gehele bedrag van de aanslag hoofdelijk aansprakelijk. Bij executie van het onroerend goed geschiedt deze ten name van de op het kohier bekende medeëigenaar.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, is een aanslag direct invorderbaar in de gevallen, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Algemene landsverordening belastingen.
Artikel 27
Bij eigendomsovergang van onroerende goederen zijn de nieuwe verkrijgers op de voet van artikel 26, derde lid, aansprakelijk voor de grondbelasting van het lopende en het vorige jaar, wegens die goederen verschuldigd, en kunnen zij tot de betaling daarvan, evenals degene wiens naam op het kohier voorkomt, worden genoodzaakt.
HOOFDSTUK III
Bezwaarschriften
Artikel 28
In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Algemene landsverordening belastingen kan de belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak en in de gevallen voorzien in artikel 24, in het jaar, waarin de nieuwe aanslag is vastgesteld, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een bezwaarschrift indienen bij de Inspecteur.
Artikelen 29 t/m 34a
(vervallen)
HOOFDSTUK IV
Ontheffing
Artikel 35
Voor gebouwen of afzonderlijk gebruikte gedeelten van gebouwen met hun aanhorigheden, die gedurende een tijdvak van minstens zes achtereenvolgende maanden ongebruikt en onverhuurd gebleven zijn, wordt aan hem die gedurende dat gehele tijdvak daarvoor is aangeslagen, op zijn verzoek ontheffing van belasting over dat tijdvak verleend.
Artikel 36
1. Ter bekoming van de ontheffing, in artikel 35 bedoeld, dient de belanghebbende uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het dienstjaar waarin het recht op ontheffing ontstond, onder overlegging van een dubbel van het aanslagbiljet, een verzoekschrift in bij de Inspecteur, indien gewenst tegen ontvangstbewijs.
2. De Inspecteur doet uitspraak op het verzoekschrift, zo nodig na de belanghebbende te hebben gehoord.
3. Wanneer het een afzonderlijk gebruikt gedeelte van een gebouw betreft of het gebouw met andere onroerende goederen in één som is geschat, wordt de ontheffing verleend naar de waarde waarvoor bedoeld gebouw of gedeelte van een perceel geacht moet worden in de belastbare waarde van het geheel te zijn begrepen.
Artikel 37
Bij gehele of gedeeltelijke vernieling van gebouwen door onvoorziene rampen wordt ontheffing verleend voor de verdere duur van het belastingjaar en naar gelang van de vermindering in waarde. De regelen bij artikel 36 gesteld, zijn ten deze toepasselijk. Het verzoekschrift moet zijn ingediend binnen drie maanden na afloop van het belastingjaar.
*************************
AB 1990 no. 24 *CENTRAAL WETTENREGISTER* May 4, 2005
*************************
===========================================
Artikelen 37a en 37b
(vervallen)
HOOFDSTUK V
Artikelen 38 t/m 43
(vervallen)
Slotbepalingen
Artikel 44
Deze landsverordening kan worden aangehaald als Landsverordening grondbelasting.
Artikelen 45 tot en met 47
(vervallen)

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.be
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

30.08 | 18:39

Dag Pieter,
Wanneer je op deze site gaat zie je de verschillende vacatures op Aruba
http://arubanieuws.nu/category/vacatures-op-aruba/
Veel succes gewenst!

...
30.08 | 18:13

Hallo,
Ik ben een docent autotechnieken uit België en wil extra info inwinnen omtrent de benodigde diploma's, certificaten,... om les te kunnen geven in Aruba.

...
24.05 | 21:01

Ik stel voor dat u mijn blog doorleest, hier staat namelijk alles in vermeld. Print onder FORMULIEREN ALGEMEEN de nodige formulieren uit en lees dit doet DIMAS

...
23.05 | 22:12

Halo,
ik ben een wiskunde docent uit Suriname.Werk al langer dan 10 jaar op de middelbare school.Mijn vrouw heeft ook dezelfde cv als ik.
hoe komen wij op ant?

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE